Interview met Vincent Merjenberg over De grijzen

De grijzen willen gevonden worden. Ze hebben al die tijd gewacht, maar nu is het tijd en kunnen ze niet langer aanzien dat we gewoon verder bouwen en doen alsof er niets gebeurd is.

De grijzen

Vincent Merjenberg

€ 22,99
‘De grijzen’ van Vincent Merjenberg is een ingenieus gecomponeerde roman over het kwaad en de dingen waartoe de mens onder bepaalde omstandigheden in staat is. Over de verhalen die we verzinnen om betekenis te geven aan wat we niet kunnen verklaren. In de grensstad praat niemand over ‘de vondsten’: de lichamen van mannen, vrouwen en kinderen die rechtop in de aarde worden aangetroffen. Ze worden opgegraven in de buitenwijken, waar de hopelozen zich opmaken voor de gevaarlijke oversteek naar de andere kant van de grens. Lena, een jonge journalist, wordt vanuit de hoofdstad uitgezonden om onderzoek te doen. Ondertussen blikt een oude man vanuit zijn appartement in de hoogte terug op zijn beginjaren in de stad. Zijn herinneringen dwingen hem onder ogen te zien dat hij meer van de vondsten af weet dan hij wil.

Interview over De grijzen

Waar gaat De grijzen over?
"In het boek volgen we twee personages die betrokken raken bij de lugubere vondsten van lichamen in een grensstad vol vluchtelingen: een oude man die zich verzet tegen de herinneringen aan zijn medeplichtigheid en een jonge journaliste die onderzoek doet naar de vondsten. Hun beider verhalen blijken verbonden te zijn door het levensverhaal van het jongetje Jona. De grijzen gaat over het verzinnen van verhalen, over het feit dat betekenis geven hetzelfde is als een verhaal verzinnen. Daarmee is het ook een liefdesverklaring aan fictie, ook al vertelt het een sinister en duister verhaal over het kwaad en de dingen waartoe de mens onder bepaalde omstandigheden in staat is".

Ben je altijd al gefascineerd geweest door het slechte in de mens?
"Ik zie het zelf meer als een fascinatie voor het onverklaarbare. En confronterend genoeg, of misschien juist geruststellend genoeg, is het menselijk gedrag dat zich het moeilijkst laat verklaren meestal kwaadaardig. Mijn beide personages slaan aan het verzinnen om het onverklaarbare en het gruwelijke te kunnen begrijpen. Net als ik in mijn boek dus eigenlijk."  

Je redacteur noemt je schrijfstijl ‘gewaagd en on-Nederlands, Zuid-Amerikaans magisch-realisme ademend’. Wie waren jouw grote voorbeelden?
"Mijn redacteur is heel goed in zulke mooie aanprijzingen verzinnen ja, haha. Maar er zitten inderdaad behoorlijk wat Zuid-Amerikanen tussen: Bolaño, Borges, Cortázar. En er komt ook nu veel moois vandaan: Benjamín Labatut (Het blinde licht), Mariana Enríquez (Dingen die we verloren in het vuur), Fernanda Melchor (Orkaanseizoen). Maar de combinatie van melancholie, licht experiment en een zekere obsessie met geweld die deze schrijvers kenmerkt, vind ik ook bij andere voorbeelden: Patrick Modiano, Paul Auster en Jonathan Littell. Zij schrijven allemaal boeken die tegelijk mateloos interessant en meeslepend zijn, maar waarvan je de betekenis niet gemakkelijk kunt doorgronden. Heldere boeken die het onverklaarbare onderzoeken, en me daardoor verwarren: daar hou ik van".

Het schijnt dat je heel belezen bent, maar pas op je drieëndertigste bent gaan schrijven. Hoe kwam dat zo?
"Door mijn studie (Nederlands) en het werk dat ik daarna lange tijd deed (bij een uitgeverij) was ik altijd omringd door belangrijke boeken en goede schrijvers. En ondertussen las ik als een bezetene ja. Misschien was het al die tijd wat intimiderend, al dat moois van anderen, durfde ik het daarom zo lang niet zelf te proberen. Tot het moment dat misschien wel meer mensen rond hun dertigste hebben, het cliché: ‘wat wil ik nou echt?’ Het antwoord daarop was voor mij eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld: datgene wat al zo lang de leidraad in mijn leven was zelf maken".

Tijdens het schrijven van je boek werd je vader. Hoe heeft dat het schrijfproces beïnvloed?
"Nou, ik heb rond de geboorte van mijn zoon maandenlang niet geschreven… Maar dat was ook deels een bewuste keuze, een geweldige vrijheid die het schrijven biedt: even kunnen stoppen. Bij veel andere beroepen mag je natuurlijk al blij zijn als je een paar weken voltijds vader kunt zijn. Sowieso bevalt die combinatie mij goed, al valt er niet te schrijven als mijn zoon in dezelfde kamer is. Maar ik kan mijn werk zelf om de crèchedagen en slaaptijden heen plannen, en om de onregelmatige werkdagen van mijn vrouw, die als cameravrouw veel reist. En zo heb ik ook veel tijd om met hen door te brengen. De relatie tussen ouder en kind speelt trouwens op meerdere manieren een rol in mijn boek, en mijn eigen ervaringen hebben dat vast en zeker kleur gegeven. En een van de personages is naar mijn zoontje vernoemd".

Benieuwd naar het boek? Bekijk hier het leesfragment

pro-mbookslibr2 : libris