Margot

Anjet Daanje – Het lied van ooievaar en dromedaris

Waar te beginnen? Was haar De herinnerde soldaat het beste boek van het jaar tot lang na verschijnen in 2019, nu is Het lied van ooievaar en dromedaris zonder enige twijfel de ríjkste roman van het jaar 2022! Wat een auteur. 655 heerlijke bladzijden met een door alle rijkdom niet zomaar even na te vertellen verhaal. Dat gaat over het leven – maar vooral de dood – van een vrouw die gebaseerd is op de schrijfster Emily Brontë, met haar even legendarische schrijvende zussen uit het domineesgezin een godsgeschenk voor een creatieve auteur als Anjet Daanje. Ze verplaatste zich zó in haar personage, dat ze zelfs gedichten van Brontë  vertaalde en nieuwe schreef in haar geest en stijl. Die verschenen apart onder de titel Dijende gronden, net als de roman vormgegeven door haar al even creatieve broer. De herinnerde soldaat is wat minder lastig dan Het lied van ooievaar en dromedaris, maar beide romans zijn de inspanning ruimschoots, maar dan ook ruimschoots meer dan waard.

Edward Wilson-Lee – The Catalogue of Shipwrecked Books

Heel opmerkelijke roman voor boekenliefhebbers en – verzamelaars: een onechte zoon van Columbus gaat scheep naar Latijns-Amerika om ‘zijn’ gebieden te inspecteren, maar is feitelijk alleen maar geïnteresseerd in het verzamelen van boeken. Ook in Europa reist hij stad en land af op zoek naar zeldzame handschriften en vroege drukken, om aan zijn almaar uitdijende verzameling toe te voegen. Hij bouwt speciale huizen om zijn bibliotheek van 20.000 titels te kunnen herbergen, en schrijft en passant een encyclopedie van Spanje, eeuwen voordat Diderot in Frankrijk dat genre uitvond. Wilson-Lee schrijft het allemaal heel spannend op, en niet te missen is de schitterende passage over de vraag hóe Hernando zijn verzameling het beste kan catalogiseren en ordenen: op alfabet, dat was toen nog helemaal niet vanzelfsprekend! Op land? Op kleur? Op formaat? Het komt allemaal langs en is onverwacht reusachtig onderhoudend.

Colm Tóibín – The Magician

Een Ier die een geromantiseerde biografie schrijft van de Duitse auteur Thomas Mann en de zijnen – waarom niet? The Magician, waarvan de titel natuurlijk verwijst naar het grote werk De Toverberg, volgt het leven van de tovenaar vanaf 1891, toen de auteur al een heel een aparte jongeman was in Lübeck, zijn geboortestad. Hij maakt twee wereldoorlogen mee en sticht als homoseksueel een groot gezin met beroemd geworden kinderen als Erika Mann, Golo Mann en Klaus Mann. Niet alleen zijn (onder familieleden volgens Tóibín bekende) homoseksualiteit is een leidmotief in het boek, maar ook de nogal talrijke zelfmoorden die zich in zijn familie hebben voorgedaan. Zoals bekend was zijn positie tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij ondanks aandringen van zijn kinderen lang weigerde zich uit te spreken tegen het antisemitisme van de nazi’s, behoorlijk omstreden. Wat bijblijft van deze roman is ook de grandioze discipline in het schrijven die de Magiër (ook zijn gezin noemde hem zo) aan de dag legde. Elke morgen schreef hij, onverstoorbaar, zelfs tíjdens het inschepen op de boot waarop hij uiteindelijk Europa zou ontvluchten. Zijn geliefde vrouw en enkele kinderen stonden nog op de kade, dat ze meekonden was nog helemaal niet zeker, maar hij ging zitten schrijven. Een humoristisch type was Thomas Mann bepaald niet, maar dat Titanic-achtige beeld is toch wel grappig en navrant.

Julian Barnes – Elizabeth Finch

Zo’n titel die in de mindere boekhandel nog wel eens kan belanden op de F in plaats van de B. De gebonden uitgave is, anders dan de Nederlandse paperback, schitterend vormgegeven in een fraai blauw met gaten erin waardoorheen stukjes te zien zijn van een foto van de geportretteerde geliefde. Barnes kan práchtig schrijven over vroegere liefdes, en hier betreft dat een oudere vrouw, een lerares, op wie een puberjongen dramatisch verliefd wordt. Zij is classica, wat Barnes helaas de gelegenheid biedt om een fors stuk van de roman te lang uit te weiden over de klassieke oudheid. Over de oude liefde is het wel weer bijzonder mooi geschreven.

Julian Sancton – Madhouse at the End of the Earth

In 1897 gaat het Belgische schip de Belgica op weg naar de zuidpool, om Antarctica in kaart te brengen. Aan boord een bijeengeraapt zooitje mannen, de een nog kleurrijker dan de andere, met ieder een ander motief voor het maken van een spannende ontdekkingsreis. Want spannend wórdt het, als het schip vast komt te zitten in het ijs, en de bemanning een winter lang moet zien te overleven in de meest barre omstandigheden. Een stel knettergekke mannen bij elkaar op een klein en bedompt houten schip (en een douche ho maar), op elkaar aangewezen maar zonder warme onderlinge band. Cook en Amundsen, die beiden later nog wereldberoemd zouden worden met hun poolreizen, maakten deel uit van deze bemanning. Het verhaal is waargebeurd, en regelmatig rijzen de lezer de haren te berge. Warm aanbevolen, brrrr.

Adriaan Volk – Later als ik vliegen kan

Debuut van een jonge auteur die opgroeit in benauwend kerkelijke kring, wat hem de valse, krenkende en gevaarlijke overtuiging meegeeft dat hij weliswaar gevoelens voor jongens heeft, maar natuurlijk  gewoon zal trouwen met een meisje uit de kerk. Geïndoctrineerd door de misvatting van zijn kerk dat homoseksualiteit niet bestaat raakt hij mentaal totaal uit balans en moet voor zijn geestelijke gezondheid in therapie op een waddeneiland, waar hij tot aardverschuivende inzichten komt. De kracht van de auteur is dat hij zich ook heel goed weet te verplaatsen in de andere deelnemers van de therapiegroep, wat roerende maar ook humoristische scènes oplevert. Nummer 99 in de Hebban-lijst van 100 beste regenboogboeken, maar bij het opstellen daarvan was het boek nog maar nauwelijks uit.

Tom Lanoye – De draaischijf

Zoals we weten is de Vlaming Tom Lanoye niet karig in zijn proza, en ook De draaischijf is weer een feest van woorden en zinnen. De roman speelt tijdens de Tweede Wereldoorlog in Antwerpen, in toneelkringen, wat de auteur de gelegenheid geeft om nog eens extra theatraal uit te pakken. Heerlijk! Met doemend op de achtergrond de Faust-figuur schildert Lanoye de ondergang van een theaterregisseur, gehuwd met een Joodse vrouw en wiens broer dweept met de SS, die denkt dat hij de nazi’s en hun Belgische aanhangers te slim af kan zijn. Curieus detail in deze denderende roman is de draaischijf uit de titel, een spectaculair technisch decorstuk in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, waar de nazikopstukken allemaal naar kwamen kijken – terwijl in de zolder erboven ondergedoken Joden door een kiertje angstig het publiek bekeken.

Curzio Malaparte – De Wolga ontspringt in Europa

Trek met de Italiaanse schrijver mee Oekraïne in, in 1941, als oorlogscorrespondent met de Duitse troepen mee. Fascinererende leesstof, zelfs al toont de schrijver wat al te veel lust in de brute soldateske kracht van de fascisten. Kern van zijn betoog (zie de titel) is dat het communisme dat zij bestrijden niet een rare Aziatische uitvinding is, maar nadrukkelijk een Europese. Gewéldig geschreven en juist nú te lezen!

Juli Zeh – Onder buren

De Duitse titel van deze roman is Über Menschen, en dat is even beladen als relevant. Deze erg interessante Duitse auteur (*1974) schreef eerder de titel Unter Leuten (Onder mensen), waarbij de lezer natuurlijk meteen moet denken aan Unter- of Übermenschen. In Onder buren (wég associatie!) vestigt een jonge Duitse vrouw, stadsmoe, zich met haar hondje op het (Oost)Duitse platteland in een vervallen maar veelbelovende boerderij. Als je het wilt zien tenminste. Ze werkt zich al meteen volstrekt over de kop om de verwilderde tuin te fatsoeneren zodat ze er haar eigen groente kan gaan verbouwen, maar houdt moed. Haar buurman, dat is andere koek. Een bierhijsende neonazi met tatoeages, die luidruchtig in een caravan huist met een nogal  verwaarloosd klein meisje. Zonder het verloop te verraden: de lezer komt mét de hoofdpersoon voor de vraag te staan wie nu eigenlijk van hoger moreel niveau is; zij met al haar afvalscheidende keurigheid of die woeste buurman. Schitterende roman.

Nina Polak – Buitenleven

Groot gebracht door de uitgever, die toen nog niks van de huidige boerenopstand kon weten. In Buitenleven ontsnapt een stel aan de randstedelijke drukte en vestigt zich in het rustiger noorden des lands, echter toevallig wel pal aan de drukbewandelde Pieterpad-route. Hun relatie wankelt, en komt nog meer onder druk te staan als een charismatische psychiater uit de buurt – ook import, ook lesbisch – haar pijlen op het stel richt. Zíj wordt belaagd door boze trekkerboeren, en het loopt allemaal weinig florissant af. Heel onderhoudend en vaak grappig.

Julia Franck – Werelden uit elkaar

Net als Juli Zeh een fijne Duitse auteur om te volgen, Julia Franck (1970). Rug aan rug was een redelijk succes, en met Werelden uit elkaar borduurt ze voort op het (autobiografische) onderwerp: een onaangepaste artistieke moeder die haar moederlijke taken verwaarloost waardoor de kinderen al vroeg veel te zelfstandig worden – en niet ongeschonden. In het nieuwe boek geeft ze die moeder ook weer een op zichzelf gerichte moeder, die al even gekweld werd door haar levensomstandigheden, en blijkt de dochter (= de auteur) op haar beurt als derde in een rij een ellendig leed in haar leven te moeten doorstaan. Drie vrouwen, drie zware levens, en op de achtergrond heel de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw, gezien door ogen van niet erg doorsnee vrouwen. Zeer goed geslaagde autofictie. Lees ook vooral De middagvrouw (over de als kind op een station achtergelaten vaderfiguur) en Rug aan rug.

Martin Hendriksma – Aan zee

Na de Rijn waagt Hendriksma zich met zijn nieuwe boek aan de kust van Nederland, van Cadzand tot Rottumeroog. In allemaal zeer boeiende verhalen, ook heel goed apart van elkaar te lezen, schildert hij een beeld van het gebied dat ons allemaal zo dierbaar is maar niet altijd navenant behandeld wordt: de kust. Net als met zijn boek over de Rijn werd ook Aan zee (onder de titel Langs de kust) voor tv bewerkt met in de hoofdrol (naast de kust) het herenduo Martin Hendriksma en Huub Stapel. Vijf afleveringen, vanaf zaterdag 27 augustus 2022 om 20.35 uur op NPO 2. Maar lees vooral óók het boek!

Anjet Daanje: De herinnerde soldaat

Een onbekende auteur, een onbekende uitgeverij ... en dan toch (mijn) beste boek van het jaar! De scenarioschrijfster Anjet Daanje publiceerde in 2019 de vuistdikke roman De herinnerde soldaat, die ruim een jaar later (na een late maar juichende recensie in de NRC) opeens heel goed ging lopen. Terecht, want het is werkelijk een práchtige roman!  Laat dit boek niet aan uw neus voorbij gaan. De schrijfster schoffeert de ene regel na de andere die wij op school hebben meegekregen - een zin nóóit met 'En' beginnen; nooit twee zinnen op dezelfde manier beginnen - en ze komt er niet alleen mee weg, nee, ze imponeert de lezer die onherroepelijk door de knieën gaat en zich over moet geven. En dan vervolgens beloond wordt met een schitterend literair werk, waarvan de plot ook nog eens spannend is. De Eerste Wereldoorlog is afgelopen en een soldaat wiens geheugen compleet is verdwenen wordt opgenomen in een gekkenhuis (toen heette dat nog zo). Een jonge vrouw met een paar kinderen herkent hem aan een litteken onder zijn haar en neemt hem mee naar huis, vastbesloten hem zijn geheugen terug te geven. Zij bestierteen fotowinkel waar hij zich nuttig maakt door te poseren als soldaat tegen een achtergrond van België in oorlog, een favoriet prentje voor vrouwen die hun echtgenoten verloren in de oorlog. Julienne, de vrouw, helpt hem zijn herinneringen terug te vinden door consequent de hare aan hem te vertellen, in een soort hypnotiserende cadans (die nog versterkt wordt door al de zinnen die met 'En' beginnen...). Pas gaandeweg het boek (538 blz!) bekruipt de lezer het gevoel dat er iets niet klopt. Die foto's, die worden geretoucheerd... Die herinneringen, die worden welhaast opgedrongen... En waar was Julienne eigenlijk, tijdens de oorlog? Verder verklap ik niks. Lezen, die Herinnerde soldaat!

Gerda Blees: Wij zijn licht

Gebaseerd op een waargebeurd drama en toch tot een literair hoogstaand boek verwerkt: Gerda Blees (1985) deed het. In Wij zijn licht volgt de lezer in korte, pregnante hoofdstukken het overlijden van een woongroepbewoonster die zódanig opgaat in het leven van licht en liefde dat ze uiteindelijk versterft. Die hoofdstukjes zijn allemaal geschreven vanuit een heel ander en wonderlijk perspectief, beginnend met steeds dezelfde woorden: Wij zijn ... Zo is er het perspectief van de nacht, van het lichaam van Elisabeth, van een cello, van een sinaasappelgeur - je kunt het zo gek niet bedenken. Eerst denk je: wat maak je me nou? maar als je overstag gaat werkt het fantastisch! Echt een pareltje van een roman.

Judith Fanto: Viktor

Van deze prachtige debuutroman zijn in korte tijd reeds 30.000 exemplaren verkocht. Inmiddels is ook een Duitse vertaling gemaakt, die binnenkort gaat verschijnen - met veel tam-tam. In dit boek verweeft de schrijfster, Judit Fanto, twee verhaallijnen die beide een flinke dosis "waargebeurd" bevatten. In de ene verhaallijn, die zich afspeelt in Wenen tussen de twee wereldoorlogen (er zijn oninteressantere settings denkbaar), speelt een Viktor Rosenbaum de rol van zwart schaap in een rijke joodse familie totdat de Anschluss in 1938 hem de kans geeft zich te ontpoppen als een held en mensenredder. De andere verhaallijn gaat (ongeveer in het hier en nu) over een jonge vrouw (ongeveer de auteur) die worstelt met haar joodse afkomst en maar niet kan begrijpen waarom er over oom Viktor zo gezwegen wordt. Ze besluit haar familieachtergrond te onderzoeken en stuit op een onwaarschijnlijk maar waar familiegeheim. De Duitse pers heeft al voor verschijnen veel interesse getoond in deze roman. Het is ook echt een aanrader!

Józef Wittlin: Het zout der aarde

320 pagina's waarin hoegenaamd niets gebeurt - je moet er maar zin in hebben. Toch is de beloning voor de lezer van Het zout der aarde enorm. In deze pas laat tot meesterwerk gebombardeerde roman (vertaald uit het Pools) van de met Joseph Roth bevriende schrijver Józef Wittlin bereidt een doodgewone man zich voor op de Eerste Wereldoorlog. Piotr is een eenvoudige baanwachter in wat nu het grensgebied tussen Oekraïne en Roemenië is, en maakt deel uit van de bevolkingsgroep der Hoetsoelen. Hij is niet getrouwd, want hij wacht nog op een bruid die mooi en ook rijk is. Intussen slaapt hij met een vrouw die voor hem kookt, maar met haar kan hij niet trouwen omdat ze geen maagd meer is. Zijn hele waardigheid ontleent hij, analfabeet die niet weet wat links of rechts is en als lastdrager werkzaam op een piepklein stationnetje, aan de baanwachterspet die hij mag dragen als hij de opgeroepen baanwachter opvolgt. De helft van de roman speelt zich af rond dat stationnetje, waarlangs treinen vol oorlogsmaterieel en soldaten naar het oosten trekken en na een tijdje weer zwaargehavend terugkeren, en in de 'kazerne' waar zijn lichting kanonnenvlees wacht op een marsorder. Wat het boek zo bijzonder maakt is nu juist dat er zo weinig gebeurt, wij kunnen natuurlijk in retrospectief allerlei onzekerheden en bange vragen van de soldaat-in-wording invullen, wat zijn verwachtingen des te navranter maakt.  Met een bijzonder gevoel voor humor - anti-joodse sentimenten worden bijvoorbeeld als volstrekt vanzelfsprekend voorgesteld - schreef Wittlin een fantastische anti-oorlogsroman, die de lezer bedroefd achterlaat louter omdat het boek geen forse trilogie geworden is, zoals gepland. De manuscripten gingen verloren bij de vlucht van de joodse auteur naar Amerika voor aanvang van die andere wereldoorlog.

Annie Ernaux: De jaren

De Franse schrijfster Annie Ernaux (1940) heeft haar zorgvuldig in elkaar gezette relaas over de periode 1940-2021 in Frankrijk opgezet als een "onpersoonlijke autobiografie". Ze vertelt, vaak aan de hand van een familiekiekje, haar persoonlijke geschiedenis van de afgelopen halve eeuw, en probeert dan telkens haar eigen herinneringen en meningen-van-toen in een veel breder kader te trekken. Als ik me niet vergis (maar zeker weten is moeilijk, er staan helaas géén noten in haar boek) vergelijkt ze haar methode zelfs met die van Vassili Grossman in diens overweldigende Leven en lot. Dat niveau haalt Ernaux niet, bij lange na niet zelfs. Maar De jaren is wél een heel onderhoudende roetsjbaan langs allerlei (halfvergeten) feiten en Aha-Erlebnisse uit de genoemde periode. Haar eigen belevenissen (opklimmen op de sociale ladder, een mislukt huwelijk, de Vietnamoorlog, een eetstoornis - niks nieuws maar juist veel herkenbaars) tegen een heel Franse achtergrond. Recensente Margot Dijkgraaf, toch zeker niet de eerste de beste, vergelijkt haar boek in de NRC zelfs met de romancyclus Op zoek naar de verloren tijd van zo'n andere grootheid, Marcel Proust. Nee, De jaren kan prima op eigen benen staan. Dan is het een soms door moeilijke woorden lastig leesbaar verhaal over een o zo bekende en toch bijna vergeten tijd.

Julian Barnes: The Only Story

Die allereerste liefde, en hoe je daar eigenlijk nooit meer van geneest…

In zijn analyserende en toch prachtige stijl onderzoekt de auteur een verpletterende liefde van een 19-jarige student voor een veel oudere, getrouwde vrouw. Het gaat van hemelhoogjuichend gestaag naar een verschrikkelijk dieptepunt. En onderwijl gaat de lezer net als de verteller steeds meer twijfelen aan de oprechtheid van het geheugen van de man die terugkijkt. Een schítterende roman!

Robert Seethaler: De Weense sigarenboer (Der Trafikant)

Een verrukkelijk boek van de Oostenrijkse auteur die dat andere heerlijke boek schreef, Een heel leven (Ein ganzes Leben): Robert Seethaler. In De Weense sigarenboer maken we kennis met een jonge knaap van het platteland, die in de grote stad Wenen een bestaan probeert op te bouwen als knecht van een kioskhouder. Van een Jóódse kioskhouder, in 1937, wiens klantenkring onder anderen een zekere Sigmund Freud omvat. De aandenderende tragiek laat zich raden, maar Seethaler weet met zijn subtiele stijl de grootste drama’s zelfs nog met een zweem van superieure humor te schilderen. Was dit het Beste Boek van 2017 misschien…?

Martin Michael Driessen: De pelikaan

Prachtig omslag, dito inhoud. Driessen maakte al indruk met zijn haast ouderwetse stijl in de verhalenbundel Rivieren en met De pelikaan bevestigt hij die perfect. Twee mannen, doodgewone mannen, in een dorp dat middenin de Balkanoorlog belandt. Die oorlog blijft ver op de achtergrond, alle aandacht gaat naar het verknopen van de beide doodgewone mannenlevens in een wervelende destructieve dans.

Martin Hendriksma: De Rijn

De schrijver/journalist Hendriksma reisde de Rijn na, van oorsprong tot monding in de zee, en schreef daarover een allemachtig onderhoudend boek vol verrassende anekdotes en prachtige verhalen die het complete zijn van Europa medebepaald hebben. Geert Mak heeft er een geduchte concurrent bij!

Hanny Michaelis: Lenteloos voorjaar. Oorlogsdagboek 1940-1941

De dichteres en latere echtgenote van Gerard Reve blijkt als gymnasiaste en jonge vrouw tijdens de oorlog een omvangrijk dagboek te hebben bijgehouden. In dit eerste van twee mooi gebonden Van Oorschot-delen: bijna 1000 bladzijden over kalverliefdes, schoolperikelen, onenigheden met ‘het ouderpaar’, en veel onbekommerd verwoorde meningen over talloze gelezen boeken in diverse talen. Haar even onbekommerde minachting voor ‘hbs-volk’, om nog maar te zwijgen van nsb-volk, is een van de bronnen van vreugde in deze uiterst lezenswaardige dagboekaantekeningen.

Pieter Waterdrinker: Tsjaikovskistraat 40

Autobiografisch verhaal van de in Sint Petersburg woonachtige journalist en schrijver Waterdrinker. Hij belicht gebeurtenissen rond dé Russische Revolutie, maar ook die rond latere en huidige revoluties. Erg prettig leesbaar, prettig eigenwijs en met een evenzo prettige bladspiegel – ruim gezet! Heel fijn winters leesvoer.

Guzel Jachina: Zulajka opent haar ogen

Echt gebeurd en helemaal doelbewust uit het (Sovjet)geheugen weggewist: in 1930 verdreven de communistische Russen met harde hand de boeren uit Tartarije, een gedeelte van het Sovjetimperium waar veel moslims woonden. Zij vielen ten prooi aan de ‘dekoelakisatie’, de deportatie van bijna 2 miljoen boeren die, omdat ze misschien een knecht hadden of wat vee, als ‘rijke koelakken’ werden beschouwd door Stalin. De Zulajka in dit boek is de grootmoeder van de auteur; het verhaal is zo of ongeveer zo gebeurd.

Zulajka’s man wordt doodgeschoten door de communisten omdat hij een handje graan niet afgestaan zou hebben, zijzelf, een volstrekt van haar man afhankelijk vrouwspersoontje, wordt op transport naar Siberië gesteld, naar een nog door de gevangenen op te bouwen kamp. De treinreis vol verschrikkingen erheen duurt een half jaar, het kamp moet letterlijk vanaf de grond zonder hulpmiddelelen of gereedschap worden opgebouwd. Zulajka blijkt zwanger te zijn en haar baby, een jongetje, doorstaat op wonderbaarlijke wijze de bevalling en zijn jeugdjaren in het kamp daarna.

De moordenaar van haar man is de kampcommandant en tussen hen beiden ontspint zich een bijzondere relatie. Dat is misschien een beetje een zoet accentje in de roman, maar verder beschrijft dit bijzondere boek niets dan verschrikkingen. De schrijfster is met dit boek genomineerd voor de Internationale Man Booker Prize. Lees het maar, erg bijzonder!

Aleksandr Skorobogatov: Cocaïne

Van de Antwerpse Rus Skorobogatov verscheen eerder het ultieme verhaal over jaloezie: Sergeant Bertrand. Meesterlijk! Nu is er Cocaïne, een veel nadrukkelijker Russisch absurdistisch verhaal. Het is een razende opeenvolging van koortsdromen eigenlijk, komisch en wrang, over het missen van een geliefde. Laat u meevoeren, geef u over. Heerlijk!

Johan Harstad: Max, Mischa & het Tet-offensief

Ook al ben ik op blz. 600 pas op de helft, toch durf ik al te zeggen dat dit een fantástisch en heerlijk boek is.

Een prachtige liefdesgeschiedenis, tegen een sprankelende achtergrond van zeer diverse maar allemaal NIEUWE Amerikanen in de VS van 1968 tot nu. Immigranten dus, en daarmee ook een uiterst actuele roman. Wanneer ben je ergens thuis?

Met veel referenties aan film, literatuur en vooral toneel. 1232 blz, € 29,99

Léon de Kort: Tom Dumoulin, argeloos als een vlinder

De grote wielrenner uit Limburg in een mini-biografie (of: biografietsje). Dumoulin won op spectaculaire wijze de Giro. Helaas doet hij niet mee aan de Tour de France, maar we hebben een heel aardig boekje over hem. Het werd geschreven door wielerverslaggever Léon de Kort, die in ronkend wielerproza de carrière van de ‘argeloze vlinder’ Tom Dumoulin schildert. Klein, fraai en gebonden uitgaafje, € 4,95

Hanna Bervoets: Fuzzie

Mag het een tikkeltje ánders zijn? In deze vierde roman van aanstormend talent Hanna Bervoets speelt een pluizig bolletje, zoiets als een wuppie, een belangrijke en absurdistische rol. Verder gaat dit bijzondere boek natuurlijk gewoon over de liefde… Van harte aanbevolen!

Adriaan van Dis: In het buitengebied

Altijd heerlijk om te lezen, en nu ook met een smartelijke rol voor de schrijver zelf.

Of… ís hij dat wel echt, die wat wonderlijke Van Dis in dit boek? Met zijn schitterende verteltalent houdt hij de lezer stevig aan zich vastgekluisterd. Lezen hoor!

pro-mbooks3 : libris