‘Nachtgids’ wat een boek! Alle maatschappelijke thema's van nu die het daglicht niet kunnen verdragen komen aan bod. Een diepe buiging voor Marjolijn van Heemstra.

Mellie werkt al twaalf jaar als succesvol verandercoach, maar wordt overvallen door een leegte. Ook haar relatie loopt vast. Onverwachts vindt ze troost en betekenis in de donkere stilte van de nacht. Ze start een beweging waarmee ze opkomt voor de nachtelijke duisternis die onder druk staat in onze steeds lichter wordende wereld. Ze organiseert nachtwandelingen, schakelt straatverlichting uit en bouwt aan een glimwormreservaat.

De beweging groeit, ze krijgen de gemeente aan hun zijde en journalisten lopen weg met het verhaal. Totdat ze tijdens een door hen georganiseerde nachtwandeling door het bos op een bewusteloze vrouw stuiten. De vraag rijst of Mellie, als vurig pleitbezorger van het donker, hier indirect verantwoordelijk voor is.

Nachtgids is een even bezielde als spannende roman over zingeving, controle en diepgewortelde angsten. En over de magie van glimwormen.

Marjolijn van Heemstra studeerde godsdienstwetenschappen en is schrijver, journalist, theatermaker en correspondent Ruimtevaart bij De Correspondent. De afgelopen jaren maakte ze meer dan vijfhonderd nachtwandelingen. Haar vorige roman En we noemen hem werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

'Een subtiel en indringend portret van liefde te midden van moreel verval. We volgen drie jong volwassenen tijdens de opkomst en ondergang van Nazi Duitsland.Hoe hun idealisme door de Nazi’s wordt misbruikt en voor een gevoel van saamhorigheid zorgt.'

Georg, Lore en Klara: hun drie verhalen kronkelen als slangen door de twintigste eeuw, elk met een eigen tijdslijn, soms verstrengeld, dan weer apart. Twee zijn gestaalde nazi’s, een van hen leeft met de omstandigheden. Klara speelt een belangrijke rol in de Lebensbornorganisatie, – die zich beijverde voor een ‘arisch ras’ – Lore is haar chauffeuse en Georg is een gewoon soldaat. De noordse schikgodinnen, de Nornen, hebben het op alle drie gemunt. Met en door hen beleven we de passie van de eerste liefde en het misleide idealisme van jonge mensen die opgroeien in een totalitair regime. Heen en weer geslingerd tussen onschuld en overlevingsdrang, verraad en trouw, overleven ze de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.Martin Michael Driessen schrijft zijn meeslepende oorlogsgeschiedenis Liefde in het Derde Rijk vanuit een geheel origineel en verrassend standpunt. Doordat hij haast van binnenuit weet te vertellen roept hij een ongemakkelijke fascinatie op, en de nog ongemakkelijker vraag of dit wel een historische roman is.

'In Camping is kamperen geen idyllische bezigheid. De gasten op Victoriens camping zijn stuk voor stuk op de vlucht voor iets. Van de originele portretten van de campingbewoners spat het vertelplezier af!’

Na een onverwachte gebeurtenis koopt Victorien een camping midden in het bos, naast een militair oefenterrein. Voorwaarde van de eigenaars, twee zussen, is dat ze er zelf mogen blijven wonen.Een keur aan gasten checkt in aan de lichtblauwe balie: van een militair met PTSS tot een drugscrimineel en een beroemdheid die de publiciteit wil ontvluchten. Wat voor de een vakantie is, is voor de ander bittere noodzaak. De gasten op de camping zijn tot elkaar veroordeeld maar hebben tegelijkertijd niets met elkaar van doen. Ze kunnen altijd weer weg, toch?

‘De essentie van de camping was voor haar om je te onttrekken aan je leven en tegelijkertijd was het haar leven. Altijd al geweest. Ze dacht: misschien heb ik mij nooit aan mijn leven kunnen onttrekken, ernaar kunnen kijken, en is het daarom nooit begonnen. Als ze de camping nu op zou blazen bleef er troep over. Voor haar was de essentie troep.’

Camping is een eigenzinnige, verontrustende roman van een van de meest originele schrijvers van Nederland.

Maartje Wortel (1982) studeerde beeld en taal aan de Rietveld Academie. Voor haar debuut Dit is jouw huis ontving ze de Anton Wachterprijs. Haar roman IJstijd werd onderscheiden met de BNG Bank Literatuurprijs. Haar laatste boeken, Dennie is een star en De groef, werden met veel lof onthaald.

‘Wat hebben een warenhuis en een museum met elkaar gemeen? Niks zou je denken, maar Kees 't Hart neemt mee in de wereld van de hoofdpersoon expert op warenhuisgebied. Door een opdracht komt hij weer in contact met zijn jeugdliefde. Hierdoor krijgt het verhaal een onverwachte wending met een knallend eind!’

Een expert op het gebied van winkel- en warenhuismanagement krijgt de financieel aantrekkelijke opdracht om de mogelijkheden te onderzoeken voor de oprichting van een warenhuismuseum in Den Haag, in het prachtige kantoorgebouw De Rode Olifant vlak bij het Malieveld. Tegelijkertijd krijgt hij weer contact met een oude schoolvriendin die gespecialiseerd is in standbouw voor grote vakbeursexposities in het duurdere segment. Zijn onderzoek brengt hem naar een internationale autotentoonstelling in Parijs en naar Minneapolis, waar in het Walker Art Center een Andy Warhol-kamer is ingericht met diens jeugdwerk De Warenhuis Droom. Terug in Nederland begint hij zich af te vragen of er kapers op de kust zijn.

Kees ’t Hart geeft zijn ongedwongen en aanstekelijke stijl volop de ruimte om zowel de tragische als de luchtiger kanten van het warenhuisbedrijf tot hun recht te laten komen in deze geestige, bevlogen nieuwe roman.

‘In deze poëtische en sprankelende roman verteld Ditlevsen het verhaal van de destructieve relatie tussen gevierd schrijfster Lise met haar man Vilhelm. Naast een mooi psychologisch portret over onzekerheden en verslaving is het ook een zoektocht naar de betekenis van het leven. Een boek dat na het lezen zeker blijft hangen!’

'Niemand kan zo luchtig over zulke vreselijke ellende schrijven als Tove Ditlevsen.' - Connie Palmen

Lise en Vilhelm - zij een instabiele kinderboekenauteur, hij een opvliegende krantenman - hebben oprechte strijd en minstens zo oprechte verzoeningen. Maar na twintig jaar van aantrekken en afstoten lijkt hun huwelijk finaal te knappen wanneer Vilhelm daadwerkelijk zijn biezen pakt om er met zijn zoveelste minnares vandoor te gaan en zijn kamer leeg komt te staan.

In Vilhelms kamer ontmaskert Tove Ditlevsen het huwelijk als een loopgravenoorlog waar zelfs de liefde niet kan overwinnen. Wie vernietig je eerst: jezelf of de ander? Het is Ditlevsens meest gewaagde roman en wordt, samen met de Kopenhagen-trilogie, gezien als haar meesterwerk.

‘In deze ontroerende, luchtige en soms komische roman halen de eenzame doden uit Japan ‘Kodokusha’ genaamd, de sociaal onhandige Suze uit haar zelfgekozen isolement en leert ze hierdoor vriendschap te ontdekken. Hoog tijd dat Milana Michoko Flasar de bekendheid krijgt die ze verdient!’

Meneer Ono overleed onopgemerkt. Alleen. Er zijn er velen zoals hij, steeds meer. Pas als het buiten warmer wordt, bellen de buren naar een gespecialiseerde
schoonmaakploeg die dergelijke Kodokushi-gevallen ‘opruimt’. Suzu, nieuw in de ploeg, legt zich schoorvoetend neer bij dit veeleisende werk. Het vergt veel geduld, eerbied en zorg, evenals een sterke maag. Maar Suzu is een snelle leerling; ze leert mensen vlot kennen, zowel dood als levend.
De steden groeien, maar het huisaanbod wordt steeds duurder en kleiner. Tegelijkertijd nemen mensen meer afstand van elkaar en vervaagt de grens tussen desinteresse en discretie. Suzu vindt de omgang met mensen maar ingewikkeld, zelfs met de collega die
net als zij een teruggetrokken single met een gebruiksaanwijzing is. Maar het gezelschap van haar goudhamster helpt tegen de eenzaamheid.
Milena Michiko Flašar slaagt erin Suzu’s verhaal op een frisse, komische manier te vertellen, met vertederende schoonmaakploegpersonages bij wie je graag verblijft. Een verrassende en klaarwakkere roman over de ‘laatste dingen’.

'Na het overlijden van zijn moeder gaat Otto de Kat terug naar de flat waar hij is opgegroeid en zijn ouders sinds 1941 hebben gewoond. Stukje bij beetje haalt hij de flat leeg en herinneringen komen naar boven, in prachtige zinnen verweven met poëzie. De flat is het symbool voor afscheid, jeugdherinneringen en familiegeschiedenis.'

Otto de Kat keert terug in de flat van zijn allang overleden ouders, die daar in 1941 kwamen wonen, in een gebombardeerd Rotterdam. Hij werd er na de oorlog geboren en groeide er op. Nu richt hij zich opnieuw in, en uit alle kamers komen de herinneringen, oude geschiedenissen en soms nieuwe inzichten. Hij duikt onder in de microkosmos van het gezin, en weer ondergaat hij de toverwereld van zijn jeugd. Door alle onontkoombare herinneringen heen schetst hij het leven van zijn ouders in de oorlogsjaren, waarin ze in hun flat en hun straat ondanks alles zoveel geluksmomenten kenden. Meanderend en associërend tekent hij de kaart van een verleden dat niet wil verdwijnen. Het geloof en de dood van zijn moeder, de ziekte van zijn vader, hoe zijn broer en hij hetzelfde meisje liefhadden, het verongelukken van zijn beste vriend. Zeer ingrijpende en aangrijpende gebeurtenissen, maar hij weet zo te schrijven dat er iets lichts uit ontstaat, iets zachts, iets dat alles te maken heeft met geluk.

'We kijken mee in het leven van Nicola zo precies als ze de wetenschap bestudeert, bestudeert ze het leven, haar liefdes en de relaties met de mensen om haar heen. Nog nooit heb ik iets gelezen wat de menselijke tekortkoming zo raak omschrijft. Eén en al bewondering voor Marijke Schermer.'

Op een dag wordt Nicola onverwacht verlaten door haar geliefde. Tegelijkertijd blijkt dat haar financieringsaanvraag is afgewezen, terwijl ze juist iets groots op het spoor is in haar onderzoek naar de bacterie Leptrotricia animalis. Het onderzoek kan wel een duwtje in de rug gebruiken, en dat duwtje besluit ze eigenhandig te geven.

Intussen maakt ze kennis met Louis, van wie ze volkomen in de ban raakt. Zowel met hem als met haar bacteriën in het laboratorium lapt Nicola de regels en normen aan haar laars. Ze onttrekt zich steeds verder aan het zicht van anderen en zet ten slotte alles op het spel.

'We volgen drie werknemers van een gigantische fabriek in Japan. Een ICT-er die proefdrukken moet corrigeren, een uitzendkracht die de hele dag papier versnippert en een in mos gespecialiseerde bioloog. Ze doen hun werk, maar waarom eigenlijk? Een hit in Japan en wat mij betreft mag Nederland volgen!'

Drie kersverse werknemers moeten hun weg zien te vinden in een gigantische fabriek in een naamloze Japanse stad. Een uitgebluste uitzendkracht, wier enige taak het is om de papierversnipperaar dag in, dag uit van papier te voorzien. Een voormalige ICT’er, die stapels onbegrijpelijke drukproeven moet corrigeren. En een in mos gespecialiseerde bioloog, die een project mag optuigen om de fabrieksgebouwen van groene daken te voorzien. Hun banale werkzaamheden hebben gemeen dat het doel ervan ondoorgrondelijk blijft. De uren, dagen, en misschien wel jaren, rijgen zich aaneen. Waar houdt de fabriek op en waar begint de rest van de wereld? Na verloop van tijd worstelen de drie arbeidskrachten met de meest existentiële vraag van allemaal: wat deed ik hier ook al weer?

'Minke Douwesz neemt je mee op reis in haar hoofd en op haar fiets. Een fantastisch boek met genoeg stof om over na te denken!'

Verlies en verandering kenmerken het leven, maar soms is het iets te veel. Ese Jelles, lerares Duits, besluit van de ene dag op de andere haar baan op te zeggen en op de fiets te stappen, weg van huis, met een hoofd vol malende gedachten. Behalve de dood van haar geliefde Martie zijn de onstuitbare en zinloze onderwijsvernieuwingen op haar school een aanleiding voor deze plotselinge stap. Naarmate haar reis vordert wordt steeds duidelijker wat er speelt. Terwijl Ese doortrapt, over fietspaden door Duitsland, Polen en Oekraïne - richting het huis van haar grote held Anton Tsjechov op de Krim - stapelt ze herinnering op herinnering en inzicht op inzicht. Bij alles is ze doordrongen van zorgen om de wereld, het besef ouder te worden en de ongemakken die daarbij horen. In haar typerende stijl toont Minke Douwesz gaandeweg hoe het besluit tot deze reis genomen werd. En waar het toe leidt.

Hostname: pro-mbooks2